Klimaatgids
Om je een beetje weg wijs te maken in de terminologie rondom het klimaat hebben we een klimaatgids gemaakt.
Klik op een van deze veelgebruikte begrippen voor een korte beschrijving.
Broeikasgas
– Broeikasgas is een gas dat altijd in onze atmosfeer zit. Het laat de
warmte van de zon door, maar zorgt dat er geen warmte van de aarde
terug kan keren. Daardoor wordt het niet te koud op aarde. Een
voorbeeld van een broeikasgas is CO2. Door bijvoorbeeld industrie en verkeer komen er steeds meer broeikasgassen in de atmosfeer, denk aan CO2-uitstoot
van auto’s. Daardoor kan er minder warmte ontsnappen van de aarde en
wordt het steeds een beetje warmer. Die temperatuurstijging zorgt er
voor dat het klimaat verandert, vaak met negatieve gevolgen.
Biomassa
– Al het natuurlijke materiaal op aarde is in principe biomassa. Dat
wil zeggen, alles wat biologisch afbreekbaar is. Bijvoorbeeld bomen,
maar ook dierlijk materiaal. Ook producten die zijn gewonnen uit
plantaardig en dierlijk (rest)materiaal zoals o.a. koolzaadolie,
palmolie en dierlijke vetten, worden gerekend tot het begrip biomassa.
Bij de verbranding van biomassa komt veel energie vrij. Dat komt door
de koolstof die er in zit. Bij de productie van biomassa wordt evenveel
CO2 opgenomen als dat er wordt afgestaan bij verbranding ervan.
Het gebruik van biomassa is niet schadelijker voor het klimaat dan het laten wegrotten ervan. Een boom bijvoorbeeld neemt CO2 op tijdens zijn groeiproces. Wanneer een boom afsterft komt die CO2 in het rottingsproces weer vrij.
Bij de verbranding van die boom voor het opwekken van energie komt geen extra CO2 vrij.
Voor
het gebruik van biomassa als energiebron worden speciale gewassen
gekweekt, zoals koolzaad. De energie die daarmee wordt opgewekt is dus
duurzaam.
CCS – CCS is de afkorting van Carbon Capture and Storage of, in het Nederlands, de afvang en opslag van CO2. Daarbij wordt de CO2
die normaal uit de schoorstenen van fabrieken komt, afgevangen en door
pijpleidingen naar een opslagplek gebracht. Dat zijn bijvoorbeeld lege
gasvelden, ruimten in de grond waar ooit gas uit gewonnen is. Daar
wordt de CO2 in opgeslagen. Zo komt er minder CO2 in de lucht.
De opgeslagen CO2
kan hergebruikt worden, bijvoorbeeld in de tuinbouw waar het dienst
doet als mest voor allerlei soorten groenten. Deze techniek wordt op
steeds meer plekken toegepast.
CO2 – CO2
is de scheikundige afkorting voor koolstofdioxide. Het is het resultaat
van verbranding van fossiele brandstoffen en van oxidatie, bijvoorbeeld
de rotting van een boom. CO2 is een gas en bevindt zich grotendeels in de atmosfeer. Maar ook lost een klein deel op in het water.
Planten en bomen zetten tijdens hun groeiproces CO2 om in zuurstof. Ze ademen als het waren CO2 in, en zuurstof uit. Bij mensen is dat net andersom: wij ademen zuurstof in en CO2 uit. Daarom is het zo belangrijk dat er genoeg bomen en planten op aarde zijn, zij zetten onze CO2-uitstoot weer om in zuurstof.
CO2-afvang – Bij CO2-afvang wordt de CO2
van een fabriek, die normaal gesproken via de schoorsteen de lucht in
verdwijnt, opgevangen. Deze komt eerst in een compressor terecht waar
de CO2 op druk wordt gebracht. Daarna kan de CO2 door een pijpleiding vervoerd worden. CO2-afvang is een onderdeel van CCS.
CO2-hergebruik – Net als glas en papier kan ook CO2 hergebruikt worden. Zo kunnen kwekers CO2 goed gebruiken in hun kas. Planten groeien namelijk harder als er extra CO2 in de kas terecht komt. Een computer bij iedere kas houdt dan de concentratie CO2 in de gaten om te zorgen voor de optimale condities.
CO2-neutraal – CO2-neutraal wordt ook wel CO2-compensatie genoemd. Iedereen heeft de mogelijkheid zijn eigen CO2-uitstoot te compenseren door er voor te zorgen dat er ergens anders minder CO2-uitstoot is. Bijvoorbeeld door de aanplant van bomen die CO2 opnemen. Er zijn speciale organisaties die dit kunnen regelen.
CO2-emissie – CO2-emissie is de uitstoot van CO2 of koolstofdioxide. Bijvoorbeeld door auto’s en fabrieken.
CO2-opslag – CO2-opslag is het opslaan van CO2 onder de grond, bijvoorbeeld in lege gas- of olievelden. Zo komt er minder CO2 in de lucht terecht. CO2-opslag is een onderdeel van CCS.
Cradle to Cradle –
Cradle to Cradle (C2C) betekent ‘van wieg tot wieg’. Deze denkwijze
heeft als uitgangspunt dat alle producten weer opnieuw kunnen worden
gebruikt. Afval wordt voedsel in een oneindige kringloop. Kortom, als
je leeft volgens C2C doe je niet mee aan verspillen en vervuiling.
Het
principe is bedacht door Michael Braungart, een Duitse scheikundige, en
William McDonough, een Amerikaanse architect. Samen ontwikkelden zij
het C2C-principe.
Duurzame energie
– Duurzame energie raakt nooit op en is schoon. Dat wil zeggen dat het
opwekken ervan geen schadelijke gevolgen heeft voor het milieu.
Bijvoorbeeld windenergie: de wind zal altijd waaien en zorgt niet voor
uitstoot van CO2. Ook zonne-energie en energie die wordt opgewekt met biomassa is duurzame energie.
Energieopwekking
– Energieopwekking is het opwekken van energie. Bijvoorbeeld in
energiecentrales. Dat kan met fossiele brandstoffen zoals kolen maar
ook met biomassa of gebruik van zon en wind.
Emissiehandel – Met de handel in emissierechten, kunnen landen hun CO2-uitstoot compenseren. Voor ieder land is vastgesteld hoeveel CO2
zij mogen uitstoten. Die hoeveelheid wordt per land verdeeld over
bedrijven. Zij krijgen een bepaalde hoeveelheid emissierechten die
bepaalt wat hun CO2-uitstoot
mag zijn. Als ze meer rechten nodig hebben omdat ze meer CO2 (willen)
uitstoten, kunnen ze die rechten bij een ander bedrijf kopen. Ook
kunnen ze rechten die ze over hebben omdat ze minder CO2 uitstoten verkopen. Die in- en verkoop wordt emissiehandel genoemd.
Fijnstof
– Fijnstof zijn deeltjes die in de lucht zweven en kleiner zijn dan
tien micrometer, het wordt vaak aangegeven met de term PM10 (Engelse
afkorting voor Particulate Matter). Het is een mengsel van deeltjes met
diverse chemische samenstellingen en ontstaat voor het grootste deel
door menselijk handelen. Maar ook zeezout en bouwstof zijn oorzaak van
fijnstof in de lucht. Door de grootte van de deeltjes kunnen mensen ze
inademen en dat kan leiden tot gezondheidsklachten over vroegtijdige
sterfte. Daarom worden in Nederland bijvoorbeeld roetfilters en schone
brandstoffen ingezet om ervoor te zorgen dat er minder fijn stof in de
lucht komt.
Fossiele brandstoffen
– Fossiele brandstoffen zijn stoffen die in de aarde zitten en die de
mens omhoog haalt om te verbranden en energie mee op te wekken,
bijvoorbeeld steenkool en aardgas. Deze brandstoffen zijn ontstaan door
een traag proces van verrotting onder grote druk. Daarom kunnen deze
stoffen sneller verbruikt worden dan aangemaakt en geldt op=op.
Daarbij wordt bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals aardolie veel CO2
uitgestoten. Energie die is opgewekt met fossiele brandstoffen is
daarom slechter voor het klimaat dan duurzaam opgewekte energie zoals
windenergie.
Groene stroom
– Groene stroom is energie die op een duurzame manier is opgewekt,
bijvoorbeeld wind- of zonne-energie. Daarmee onderscheidt groene stroom
zich van stroom die is opgewekt met behulp van fossiele brandstoffen of
van kernenergie.
Omdat voor groene stroom alleen maar duurzame middelen worden gebruikt, is de uitstoot van CO2
zo laag mogelijk. Groene stroom draagt dus niet bij aan het
broeikaseffect. Aan de overstap van ‘grijze’ naar ‘groene’ energie zijn
geen kosten verbonden.
Klimaat
– Het klimaat is het gemiddelde weer in een gebied, denk aan de
temperatuur en de hoeveelheid neerslag. Het klimaat in de wereld is
verdeeld in verschillende klimaatzones. Zo bestaat er een tropisch
klimaat en een poolklimaat. Het klimaat kan beïnvloed worden door
broeikasgassen als CO2.
De
zon warmt de aarde en de lucht elke dag weer op. Normaal koelen de
aarde en de lucht ’s nachts weer af doordat de warmte kan ontsnappen
door de atmosfeer. Broeikasgassen zorgen er voor dat de warmte gevangen
blijft binnen de atmosfeer van de aarde. De zon warmt de aarde en de
lucht dus nog steeds op, maar doordat broeikasgassen de aarde als het
ware afsluiten, kan die minder goed afkoelen. Het klimaat wordt dus steeds warmer.
Klimaatneutraal
– Klimaatneutraal betekent dat een product of een handeling geen
negatief effect heeft op het klimaat. Als je bijvoorbeeld
klimaatneutraal leeft of reist zorg je ervoor dat de CO2-uitstoot
die je veroorzaakt geheel gecompenseerd wordt. Bijvoorbeeld door de
aanplant van bomen of het gebruik van groene stroom. Je handelen heeft
dan geen invloed op het klimaat. Er bestaan speciale organisaties die
je daarbij kunnen helpen. Zij rekenen bijvoorbeeld uit hoeveel bomen er
nodig zijn om jouw vliegreis te compenseren en zorgen ervoor dat deze
bomen ook echt geplant worden.
LED
– LED is de afkorting van light emitting diode en is energiezuinige
verlichting te noemen. LED-lampen zijn 90 procent energiezuiniger dan
gloeilampen. Dat komt vooral omdat bij gloeilampen ook veel energie
verloren gaat aan warmte. Verder gaat een LED-lamp 50 keer langer mee
dan een gloeilamp. In LED-verlichting zit namelijk geen gloeidraad en
de gloeidraad is erg kwetsbaar.
OCAP – OCAP is een organisatie die zuivere CO2 via pijpleidingen naar kassen brengt. CO2 is namelijk een belangrijke grondstof voor planten, ze groeien sneller en gezonder. Meestal produceren tuinders zelf CO2 door aardgas te verstoken. OCAP zorgt ervoor dat dit niet meer hoeft door CO2
van fabrieken te vervoeren naar kassen. Fabrieken stoten namelijk vaak
CO2 uit; en die is prima te gebruiken in kassen. Via dit hergebruik van
CO2 besparen kassen 95 miljoen kubieke meter aardgas en dat scheelt 170.000 ton CO2-uitstoot.
Opwarming van de aarde – De opwarming van de aarde wordt veroorzaakt doordat er meer broeikasgassen in de atmosfeer komen, bijvoorbeeld CO2.
Deze gassen laten warmte van de zon door maar zorgen er voor dat die
warmte gevangen blijft. De aarde warmt overdag wel op maar kan ’s
nachts niet meer afkoelen. Zo wordt de aarde steeds warmer.
Windenergie
– Windenergie is stroom die met behulp van windturbines en windmolens
is opgewekt. Er wordt gebruik gemaakt van een natuurlijk en
onuitputtelijke bron, namelijk de wind. Bij deze manier van energie
opwekken komt er daarom geen CO2 vrij. Het is dus schone en duurzame energie.
Zonne-energie
– Zonne-energie is energie die met behulp van de zon is opgewekt. Dat
kan met zonnepanelen (zonnecellen), maar ook met zonnecollectoren.
Een
zonnecel zet (zon)licht om in energie die gebruikt kan worden om
apparaten op te laten werken. Er wordt dus echt stroom opgewekt.
Zonnecollectoren maken gebruik van de warmte van de zon om bijvoorbeeld
douchewater mee op te warmen. Door op een slimme manier zoveel mogelijk
warmte op te vangen, wordt er bespaard op bijvoorbeeld aardgas. Dat is
dan niet meer nodig om water op te warmen.
Zonnecellen
– Zonnecellen zetten (zon)licht om in stroom. Met behulp van twee lagen
silicium gebruikt een zonnecel het licht om stroom op te wekken. De
stroom die zo wordt opgewekt heeft een natuurlijke bron en is daarom
schoon en duurzaam.
Zonneboiler
– Een zonneboiler gebruikt de warmte van de zon om water te verwarmen.
Door een dunner laag water door een systeem van buizen te leiden, wordt
zoveel mogelijk warmte uit de lucht gebruikt om het water te verwarmen.
Dat kan dan bijvoorbeeld als douchewater gebruikt worden.
Een
zonneboiler of –collector is zwart en wordt meestal op het dak van een
gebouw geplaatst. Daar vangt het de meeste warmte van de zon.
Zonneboilers
gebruiken dus geen andere bronnen – zoals bijvoorbeeld aardgas – om
water te verwarmen. Daarom is het een schone en duurzame energie
opwekking.



